| Croonen Nieuwsbrief | 15 November 2012 |
| . | |
| Deel 2 Dossier Omgevingswet | |
| Croonen Adviseurs volgt de ontwikkelingen van de Omgevingswet op de voet. Wij zullen u de komende tijd op de hoogte houden aangaande onze inzichten. Daarbij zullen wij aangeven wat deze wet voor de dagelijkse praktijk op het vlak van beleid, ontwikkeling en beheer betekent.In deel 1 kwamen de hoofdlijnen van de Omgevingswet aan de orde, in de onderhavige nieuwsbrief zullen wij voor u de doelen en principes van de Omgevingswet nader toelichten. Deel 3 zal ingaan op het instrumentarium van de Omgevingswet.Doelen en principes van de voorgenomen Omgevingswet zijn: Gezonde leefomgeving en integrale wet: Voorop staat dat de Omgevingswet vooral toeziet op het maken van een veilige en gezonde leefomgeving en dat deze op een duurzame en doelmatige manier wordt beheerd en ontwikkeld. De gebruiker staat centraal en wordt uitgenodigd om in de leefomgeving te investeren en deze te innoveren en te beheren. Bij uitvoering van het huidige beleid en plannen blijkt dat sectorale doelen op het vlak van water, milieu, natuur, geluid, mobiliteit en ruimte vaak met elkaar samenhangen. Ingrepen op de leefomgeving kunnen daarom beter integraal worden aangepakt en geregeld. De omgevingswet biedt basis voor integraal omgevingsrecht en -beleid. De omgevingswet zou meer op moeten leveren dan de som der delen. In de Brochure Eenvoudig Beter van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt aangeven dat het omgevingsrecht vergaand zal worden vereenvoudigd en worden gebundeld. 60 Sectorale wetten, 100 AMvB’s en honderden regelingen op het gebied van de leefomgeving maken het omgevingsrecht moeilijk toegankelijk en toepasbaar. De minister wil daar een samenhangende Omgevingswet van maken die regels vereenvoudigt en bundelt. Ambitie is: minder regels, gestroomlijnde plannen en procedures, meer ruimte voor lokaal maatwerk en particulier initiatief, minder onderzoekslasten en betere besluitvorming. De omgevingswet gaat uit van vijf principes: I Ontwikkelingsgericht en integraal: De Omgevingswet moet ontwikkelingsgericht zijn en zal streven naar integrale oplossingen. Om ontwikkelingen en innovaties te stimuleren wil men onder meer waar mogelijk uitgaan van doelvoorschriften en de mogelijkheid bieden van een experimenteerregeling. Bij integraliteit dient in ieder geval te worden gedacht aan ruimte, milieu, natuur, water en verkeer. In alle besluitvorming van de overheid zijn dit de thema’s waarop inhoudelijk wordt afgewogen, zowel op visieniveau als tactisch en op uitvoeringsniveau. II Gelijkwaardige bescherming: Uitgangspunt is om het beschermingsniveau van de kwaliteit van de leefomgeving gelijk te houden. De zorg van de overheid is er immers ook op gericht om de kwaliteit van de leefomgeving niet achteruit te laten gaan. Det wet beoogt een actieve houding, zodat de overheid kan corrigeren daar waar kwaliteit van de leefomgeving tekort schiet. De gelijkwaardige bescherming lijkt zich overigens niet te richten op procedurele aspecten. Procedures wil men namelijk zoveel als mogelijk stroomlijnen en bundelen. III Betere aansluiting Europese wet- en regelgeving: De omgevingswet dient aan te sluiten op Europese wet en regelgeving. De omgevingswet zal hier qua structuur beter op aansluiten. Het streven is om Europese regelgeving en verplichtingen uit verdragen in principe niet strenger te implementeren dan strikt noodzakelijk is. IV Uitgaande van bestaande verantwoordelijkheidsverdeling: De Omgevingswet voorziet niet in een staatsrechtelijke stelselwijziging. Dit betekent dat de belangrijkste overheidsinstanties die zich bezighouden met de leefomgeving, het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen zullen zijn. Of de wetgever aansluiting zal zoeken bij de lijn van de Wabo (één bevoegd gezag voor één initiatief) is de vraag. Daarentegen zal het overeind houden van bestaande verantwoordelijkheidsverdeling de eerder genoemde ambitie van het stroomlijnen van procedures en besluitvorming in de weg te staan. V Vertrouwen als vertrekpunt: Vertrouwen tussen overheid en marktpartijen is uitgangspunt. Zij moeten volgens de wetgever hun verantwoordelijkheden nemen en waarmaken. Aangekondigd is dat de Omgevingswet de hiervoor benodigde ruimte zal bieden. Bij een stelling als deze dient de overheidsbemoeienis geminimaliseerd te worden. Dit kan door zoveel als mogelijk te werken met algemene regels en doelvoorschriften. Vervolg Binnenkort kunt u deel 3 van ons verwachten. In dat deel zullen wij zoals eerder aangegeven, ingaan op het instrumentarium van de wet. In de delen daarop zullen de conceptwettekst en onze conclusies en onze inzichten en aanbevelingen aan de orde komen. Indien u vragen heeft over wat de Omgevingswet voor u gaat betekenen, dan kunt u hierover contact opnemen met mr. Arno Derks en Gerard Perenboom. Bronnen: Brochure Eenvoudig Beter, stand van zaken ontwikkeling omgevingswet, kabinetsnotitie maart 2012 Brieven aan tweede kamer van de minister van I&M. van maart en juni 2011. | |
